Voorwoord

“Onze infrastructuur is van wereldklasse, maar door de toenemende drukte raken de grenzen in zicht.” Een jaar geleden was dat de hoofdboodschap van dit voorwoord. Files, volle treinen en drukke fietspaden waren aan de orde van de dag. 

Tot half maart 2020. Nederland viel stil. De maatregelen die we voor onze gezondheid moesten nemen, hadden grote gevolgen voor onze mobiliteit. Van de ene op de andere dag had het ov nog 10 procent van zijn bezetting over. Op de wegen nam het verkeer af tot 40 procent van wat we gewend waren. Weg files, weg drukte. 

En nu? Op het moment van schrijven is de hoeveelheid verkeer op de weg bijna terug op het niveau van vóór de corona-uitbraak. In het ov zien we ruimte in plaats van overvolle coupés, mede door thuiswerken en spreiding. Op de weg blijven de lange dagelijkse files nog uit. Wat betekent dit voor de toekomst? Hebben mensen en bedrijven de smaak van het thuiswerken te pakken en gaan ze het vaker doen? Kiezen reizigers straks weer volle bak voor het ov of blijven auto en fiets favoriet? 

De effecten staan nog niet vast. Wel zal de drukte op de lange termijn weer toenemen. De bevolking groeit, het aantal huishoudens stijgt en er moeten veel nieuwe woningen bij. Ook bij lagere economische groei voorzien we een toename van de mobiliteit en bereikbaarheidsproblemen. Het blijft nodig fors te investeren. 

Daarom gaan we ook door met het op orde maken van de infrastructuur in Nederland. Sterker, we zetten volop in op het versnellen van projecten. Samen met de bouwers beoordelen Rijkswaterstaat en ProRail waar dat kan en wenselijk is. 

Als het gaat om samenwerking hebben we afgelopen jaar ook een grote sprong gemaakt op het gebied van verkeersveiligheid. Voor de uitvoering van het Strategisch Plan Verkeersveiligheid is geld en veel inzet beschikbaar om de veiligheid op gemeentelijke en provinciale wegen te verbeteren. Het doel van nul verkeersslachtoffers wordt door vele publieke en private partners gedragen. 

Naast de coronacrisis heeft ook de stikstofproblematiek voor veel werkzaamheden gevolgen. We zetten ons in om alle projecten zoveel mogelijk volgens planning doorgang te laten vinden. Helaas zal voor een aantal projecten vertraging onvermijdelijk zijn. 

Op het gebied van ov hebben we afgelopen jaar een Toekomstbeeld geschetst dat houvast geeft voor de langere termijn. We werken het plan verder uit met medeoverheden en vervoerders. Belangrijk hierbij is het programma ERTMS, waarmee het spoor veiliger, betrouwbaarder en sneller wordt. 

De capaciteit op het spoor breiden we uit. Voor de Maaslijn hebben we een overeenkomst bereikt met de regio. Dankzij een Voorkeursbeslissing voor de Multimodale Knoop Schiphol zetten we de volgende stap in de verbetering van de bereikbaarheid en veiligheid van Schiphol. 

En hoewel we in dit voorwoord nog in modaliteiten praten, liggen we op koers met het omvormen van het Infrafonds naar het Mobiliteitsfonds. Daarmee stimuleren we dat niet langer de modaliteit centraal staat, maar de mobiliteit – de reis van deur tot deur, van mensen én goederen. Deze werkwijze sluit goed aan bij de gebiedsgerichte bereikbaarheidsprogramma’s (Rotterdam/Den Haag, Amsterdam, Utrecht), waarin Rijk en regio samenwerken. Want al die nieuw te bouwen woningen moeten wel bereikbaar blijven! 

Als waterland werken we daarnaast continu aan onze waterveiligheid. Naast een teveel aan water krijgen droogte en waterkwaliteit daarbij steeds meer aandacht. Ook in de vaarwegen investeren we volop. Klimaatneutrale en circulaire uitvoering van infraprojecten heeft de toekomst! 

Toenemende drukte en grenzen die in zicht raken – onze boodschap in het voorwoord van vorig jaar blijft actueel. Willen we niet alsnog terechtkomen in het verkeersinfarct dat vóór corona dreigde, moeten we hard aan de slag. Naast het investeren in infrastructuur gaat het dan óók om het spreiden van onze reizen over de dag en de dagen van de week. 

Mede namens de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, de minister van Economische Zaken en Klimaat en de staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat. 

De minister van Infrastructuur en Waterstaat,
Cora van Nieuwenhuizen 

De staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat,
Stientje van Veldhoven