Voorwoord

Een veilig, bereikbaar en leefbaar Nederland, dat is waar IenW elke dag met hart en ziel aan werkt. Want de mobiliteitsbehoefte in ons land is groot. Onze infrastructuur behoort tot de beste van de wereld, en onze reputatie op gebied van watermanagement is ijzersterk. Maar de wereld verandert, de bevolking groeit, de digitale dimensie van ons leven wordt dagelijks groter. En IenW beweegt mee. Want nieuwe omstandigheden vragen om nieuwe antwoorden.

Corona heeft afgelopen jaar natuurlijk invloed gehad op de mobiliteit. 20% minder wegverkeer in 2020, en geen overvolle treinen meer. We zien nu de drukte weer toenemen. De vraag is hoe we het goede van het afgelopen jaar kunnen vasthouden: hoe we met thuiswerken en flexibele werktijden de verkeersdrukte beter kunnen verdelen en files kunnen beperken.

De Nederlandse bevolking groeit. Daarom moeten er de komende jaren veel woningen bij gebouwd worden. De vraag naar mobiliteit neemt daarmee ook toe, vooral in de steden. Deze twee opgaven, de bereikbaarheid en de woningbouwopgave, hangen sterk met elkaar samen. Daarom pakken we ze ook zoveel mogelijk gezamenlijk aan, met slimme en duurzame oplossingen en door middel van integrale gebiedsontwikkeling. Samen met de regionale partners werken we aan het Nederland van de toekomst: mooi, functioneel en duurzaam ingericht.

Bij al ons werk staat verkeersveiligheid op één. Vanuit het budget Investeringsimpuls verkeersveiligheid hebben we hier tot en met 2030 € 500 miljoen voor beschikbaar gesteld. Dit wordt in verschillende tranches uitgegeven. De drie meest aangevraagde maatregelen betreffen: drempels, wegversmallingen en asverspringingen; de aanleg van een vrijliggend fietspad of het verbreden van fietspaden; en kruispuntplateaus. Ook hebben bijvoorbeeld 30 gemeenten een rijksbijdrage ontvangen voor het inrichten van schoolzones.
Daarnaast wordt ook de komende jaren via de diverse programma’s geïnvesteerd in overwegveiligheid. Zo worden binnen de overwegenaanpak middels het programma Niet Actief Beveiligde Overwegen (NABO) 180 NABO’s aangepakt voor 2024 en via het Landelijk Verbeterprogramma Overwegen worden tientallen reeds beveiligde overwegen nog veiliger gemaakt.

Afgelopen jaar hebben de Tweede en Eerste Kamer het Wetsvoorstel Mobiliteitsfonds aangenomen. Met het Mobiliteitsfonds zetten we een volgende stap in het integraal werken aan de bereikbaarheidsopgaven. Niet de vervoersvorm staat daarbij centraal, maar de mobiliteitsvraag en het beste antwoord daarop. Maatwerk dus.

De Nederlandse infrastructuurnetwerken behoren tot de beste én meest intensief gebruikte netwerken ter wereld. Er is een uitgebreid hoofdwegennet, hoofdvaarwegennet, hoofdwatersysteem en hoofdspoorwegnet opgebouwd. Door steeds zwaardere belasting en ouderdom zijn veel kunstwerken binnen de infrastructuur aan groot onderhoud toe. Dit zal de komende jaren een grote druk op de beschikbare middelen leggen, maar het is noodzakelijk werk.

Naast onderhoud investeren we ook in nieuwe infrastructuur. Begin 2021 is de Rotterdamsebaan geopend. Grote delen van het traject A1 Apeldoorn-Azelo zijn vernieuwd, de A9 Gaasperdammerweg in Amsterdam is opengesteld en het Tracébesluit Ring Utrecht is vastgesteld. Ook wordt geïnvesteerd in toegankelijkheid van stations en fietsparkeren bij stations. Zo is dit jaar de ondergrondse fietsenstalling bij station Zwolle geopend die ruimte biedt aan 5.800 fietsen.

Openbaar vervoer is onmisbaar voor onze maatschappij: voor mensen om te reizen van en naar werk, onderwijs of recreatie. De essentiële rol is – ondanks de coronabeperkingen – des te meer gebleken tijdens de voorbije periode. Dit jaar is de Ontwikkelagenda Toekomstbeeld OV naar de Kamer gestuurd. De ontwikkelagenda – waaraan Prorail en de vervoerders meewerkten – bevat een concreet aantal stappen richting 2040. Met het Programma Hoogfrequent Spoorvervoer (PHS) bereiden we ons voor op de verwachte groei aan reizigers en goederenvervoer over het spoor. Dit programma maakt ‘spoorboekloos’ reizen mogelijk op de drukste trajecten De tweede en derde tienminutentrein gaan eind 2021 starten tussen Arnhem-Utrecht-Schiphol en tussen Schiphol-Den Haag-Rotterdam. Daarnaast past ProRail de stations aan, zodat ze berekend zijn op de toekomstige reizigersaantallen

De waterrijke delta Nederland heeft een uitgebreide maritieme infrastructuur. Ook daaraan is groot onderhoud nodig, en ook daar is extra geld voor nodig. Want we willen meer goederentransport over het water laten gaan. Daarom zijn diverse onderzoeken gestart naar capaciteitsknelpunten bij sluizen en worden de komende jaren op verschillende plekken in Nederland ligplaatsen gerealiseerd. Ook in het kader van klimaatverandering en bodemerosie is aandacht voor de vaarwegen belangrijk. Een mooie mijlpaal die we hebben gerealiseerd is dat sluis Eefde deze zomer is geopend.

Na drie droge jaren kregen we afgelopen zomer te maken met enorme regenval die leidde tot ernstige wateroverlast, met name in Limburg. Extremen nemen toe. Het onderstreept de noodzaak om te werken aan klimaatadaptatie. Voor waterveiligheid investeren we samen met de waterschappen in sterke dijken, in het Hoogwaterbeschermings-programma en in het rivierengebied. Samen met andere overheden nemen we maatregelen via de Impulsregeling Klimaatadaptatie en via het Deltaprogramma zoetwater, om beter bestand te zijn tegen droogte én wateroverlast. In het programma Integraal Riviermanagement werken we aan maatregelen voor een klimaatrobuuste inrichting van de rivieren voor onder meer scheepvaart, waterveiligheid, natuur en waterkwaliteit.

Ook op het gebied van waterkwaliteit liggen grote opgaven om te voldoen aan de Kaderrichtlijn Water. Voor de derde tranche stroomgebiedbeheerplannen worden door rijk en andere overheden maatregelen voorbereid die in de periode naar 2027 zullen worden uitgevoerd.

Met het Deltaprogramma zoetwater worden door heel Nederland maatregelen getroffen om beter bestand te zijn tegen langdurige droge perioden. Door de droogte van de afgelopen drie jaar is des te duidelijker geworden hoe urgent deze maatregelen zijn.

‘Een volk dat leeft, bouwt aan zijn toekomst,’ zei Cornelis Lely honderd jaar geleden. En dat doen wij nog steeds, met hoofd, hart en handen.

Mede namens de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,

De minister van Infrastructuur en Waterstaat,

Barbara Visser

De staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat,

Steven van Weyenberg