Wat gebeurt er in een MIRT-verkenning? En welke stappen moeten genomen worden? Maar ook: wat is er vóór deze MIRT-verkenning allemaal gebeurd? En wat staat ons nog te wachten? We leggen het uit in de tijdlijn hieronder.
Op 10 november 2022 is door de gezamenlijke partijen de Startbeslissing ondertekend. Hiermee is de MIRT-verkenning Oude Lijn begonnen. Van hieruit wordt gekeken welke openbaar vervoersoplossingen het beste passen bij de verwachte reizigersgroei die de komende jaren wordt verwacht. Gemeenten, regio’s, provincies, het ministerie van IenW, ProRail en tal van andere partijen werken nauw samen in verschillende deelprojecten: Dordrecht, Schiedam, Laan van NOI, Leiden en City Sprinter & Nieuwe Stations. Deze deelprojecten hebben hun eigen projectorganisatie, maar komen ook vaak bij elkaar om af te stemmen: Hoe stomen we het spoor klaar voor 6, 8 of 12 keer per uur sprinterverkeer? Hoe zien de stations, de omgeving en het (openbaar) vervoer er in verschillende oplossingen uit? En wat betekent dit voor alle deelprojecten samen?
In de teams van de deelprojecten komen verschillende experts samen. Van stedenbouwkundigen, ingenieurs en verkeerskundigen tot experts op het gebied van natuur en landschappelijke inpassing. Allemaal richten ze zich op de inhoudelijke uitwerking van het project. Ze verkennen interessante oplossingen en de impact hiervan op bijvoorbeeld veiligheid, bereikbaarheid en wonen.
Daarnaast verzamelen we alle inbreng en inspraak van bewoners. Via bijeenkomsten en een grote online enquête (de Participatieve Waarde Evaluatie) denkt een grote groep mensen mee over mogelijke ideeën en oplossingen. De uitkomsten van de participatie leveren een goed beeld op van voorkeuren, gemeenschappelijke waarden en zorgen van inwoners.
Alle informatie samen, van de experts én van bewoners, wordt verzameld, zodat de bestuurders van de verschillende partijen een zorgvuldig gezamenlijk besluit kunnen nemen. Dat doen ze stapsgewijs. Waarschijnlijk stellen deze bestuurders eind 2024 de Notitie Kansrijke Oplossingen vast. In de Notitie staan alle onderzochte oplossingen beschreven, en de voor- en nadelen die ze hebben. Op basis van deze notitie maken bestuurders een keuze welke oplossingsrichtingen kansrijk genoeg zijn om verder uit te werken. De kansrijke oplossingen worden vervolgens samen met de omgeving gedetailleerder uitgewerkt en op (milieu)effecten beoordeeld. Ook wordt een schatting gemaakt van de kosten van elke overgebleven oplossing en een analyse van de maatschappelijke kosten en baten. Op basis daarvan bepalen de bestuurders naar verwachting eind 2025 welke oplossing de voorkeur krijgt. Dit zogenaamde voorkeursalternatief vormt de basis voor de planuitwerkingsfase.
MIRT-verkenning: voor, tijdens en toekomst
Lees hier meer over het programma.
Lees hier meer.
Er is afgesproken dat de provincie Zuid-Holland zich inspant voor het bouwen van in totaal meer dan 235.000 woningen in de periode 2022 tot en met 2040.
170.000 woningen en 85.000 arbeidsplaatsen te creëren in 8 gemeenten langs de Oude Lijn. Dat is bijna tweederde van wat er gebouwd wordt in de hele provincie Zuid-Holland.
Beeld: © IenW
Om de Zuidelijke Randstad verder te ontwikkelen (1 van de doelen van MoVe) zijn het ministerie van IenW, het ministerie van BZK, de provincie Zuid-Holland, de Metropoolregio Rotterdam Den Haag, ProRail en de gemeenten Leiden, Den Haag, Schiedam, Dordrecht en Rotterdam een MIRT-verkenning gestart. Het doel van een MIRT-verkenning is samen met de omgeving zoeken naar slimme, duurzame en klimaatbestendige oplossingen voor de knelpunten op een bepaald traject.
Beeld: © IenW
Beeld: © IenW
Bewoners en geïnteresseerden geven hun mening over de plannen voor het spoor van de verschillende knooppunten.
Beeld: © IenW
Een online tool waarbij burgers op een laagdrempelige manier kunnen meedenken over de Oude Lijn en het deelproject waar zij specifiek in geïnteresseerd zijn, bijvoorbeeld omdat ze er wonen.
Beeld: © IenW
Hierin worden mogelijke oplossingen beschreven en geanalyseerd.
Beeld: © IenW
Verder uitwerken van de kansrijke oplossingsrichtingen, eindigend met de keuze van het Voorkeursalternatief.
Beeld: © IenW
Verder in detail uitwerken van het voorkeursalternatief.
Beeld: © IenW
