Het project 'Kleine stations' verbetert de deur-tot-deur reistijd, maakt groei van reizigersvervoer mogelijk en draagt bij aan de economische en ruimtelijke ontwikkeling van Nederland.

Projectkenmerken

  • Gebied: Nationaal
  • Onderwerp: Spoorwegen personen
  • Ministerie: IenW
  • Fase: Realisatie

Opgave

Het regionale belang van het openen van een station moet worden afgewogen tegen het belang van snelle verbindingen tussen stedelijke centra en landsdelen. Deze belangenafweging speelt met name bij stations die bedacht zijn aan spoorlijnen waarop het hoofdrailnetvervoer en/of het goederenvervoer wordt afgewikkeld.

Oplossing

Het ministerie van IenW toetst of alle kosten van aanleg, inpassing in de dienstregeling én beheer zijn gedekt en of de bediening van het nieuwe station is gegarandeerd. Voor de kosten van het basisstation is in dat geval subsidie mogelijk uit het programma Aanleg nieuwe stations tot een maximum van € 6,5 mln (prijspeil 2015). De staatssecretaris neemt dan tevens een subsidiebesluit ten behoeve van de aanleg van een nieuw station.

Bijdrage oplossing aan beleidsdoelsteling

Het verbeteren van de deur-tot-deur reistijd, ruimte bieden aan de groei van het reizigersvervoer, bijdragen aan de economische en ruimtelijke ontwikkeling van Nederland.

Planning

  • Start realisatie: divers

Financiën

Subsidiebron MIRT: Programma Aanleg nieuwe stations: budget € 17 mln. Artikel IF 13.03.01.

Ontwikkeling planning en budget Gegevens over zeven jaar, tenzij er een MIRT fasewisseling heeft plaatsgevonden.
JaarBudget in mln.Oplevering
MIRT 201717Divers
MIRT 201817Divers
MIRT 201917Divers
Bron: MIRT Brontabel als csv (96 bytes)

Politiek/bestuurlijk

In het voortgezet AO Nieuwe stations van 19 mei 2010 (TK 31801, nr. 9) is toegezegd de initiatieven voor nieuwe stations onder de decentrale overheden te inventariseren. Uit de inventarisatie blijkt dat de decentrale overheden plannen hebben voor 60 nieuwe stations voor de periode na 2013. Over deze inventarisatie heeft de minister van Infrastructuur en Milieu de Tweede Kamer geïnformeerd (TK 31801, nr. 7). In het kader van de herijking heeft het ministerie voorgesteld om tot 2028 nog € 17 mln beschikbaar te houden voor kansrijke nieuwe stations. Het maatregelen­pakket is tijdens het Notaoverleg MIRT op 23 november 2015 in de Tweede Kamer vastgesteld.

Projecthistorie X verwijst naar de editie van het MIRT overzicht waarin de wijziging of aanvulling voor het eerst is opgenomen.
2013201420152016201720182019
AlgemeenXX
MIRT-fase
Opgave
Oplossing
Planning
FinanciënXX
Politiek, bestuurlijkX
Bron: MIRT Brontabel als csv (177 bytes)

Toelichting op de wijzigingen

2013: De stations Emmen-Zuid en Maarheeze zijn gereed. De hiermee samenhangende gerealiseerde uitgaven van € 3,6 mln maken om die reden geen deel meer uit van het totale projectbudget Kleine stations.

2015: De stations Maastricht-Noord en Nijmegen Lent zijn in 2013 geopend.

2016: De stations Nijmegen Goffert (december 2014) en Barneveld-Zuid (februari 2015) zijn geopend.

2017: Het projectbudget zoals opgenomen in het Infrastructuur­fonds 2016 (€ 78 mln) bestond voor € 32 mln uit gerealiseerde uitgaven voor opgeleverde stations, voor € 3,2 mln uit gerealiseerde en nog te realiseren uitgaven voor het Station Barneveld en voor € 42,8 mln als reservering voor bijdragen aan toekomstige nieuwe stations. Het station Barneveld Zuid is klaar. Het bij dit project behorende projectbudget en de projectbudgetten van eerder gerealiseerde stations maken vanaf deze begroting geen deel meer uit van het totale budget voor kleine stations. Vanuit het gereserveerde budget voor nog nader aan te wijzen nieuwe stations is € 6,1 mln overgeboekt naar Hoofdstuk XII in verband met de BDU-bijdrage voor Station BleiZo (Bleiswijk-Zoetermeer) en de hiermee samenhangende storting in het BTW-compensatiefonds. In het Notaoverleg MIRT van 23 november 2015 is besloten € 17 mln beschikbaar te houden voor het programma Kleine stations.

Hoort bij