Het project 'Grensoverschrijdend spoorvervoer' verbetert het internationaal reizigersvervoer per trein door verschillende maatregelen.

Projectkenmerken

  • Gebied: Nationaal
  • Onderwerp: Spoorwegen personen
  • Ministerie: IenW
  • Fase: Planuitwerking

Opgave

In het regeerakkoord van 2017 is de ambitie ten aanzien van grensoverschrijdende vervoer opgenomen en in 2018 is zowel in als buiten Nederland een levendig debat ontstaan over het vervoer per vliegtuig over de korte afstand. In de Kamerbrief van 21 juni 2018 (TK 29 984, nr. 783) is de ambitie beschreven ten aanzien van de kort grensoverschrijdende verbindingen alsook de ambitie om binnen Europa de korte afstandsvlucht te vervangen door internationaal vervoer per trein.

Oplossing

IenW werkt samen met decentrale overheden en vervoerders aan verschillende maatregelen om het grensoverschrijdend spoorvervoer te verbeteren.

  • Intensief overleg met de regio en Duitse deelstaat Noordrijn-Westfalen (NRW) heeft geleid tot een twaalfjarige concessie vanaf 2017 tussen Arnhem en Emmerich naar Düsseldorf. Het ministerie van IenW draagt eenmalig € 6 mln bij.
  • Er is besloten om het spoor tussen Landgraaf en de grens met Duitsland te elektrificeren en om tot 2031 met een sneltrein Maastricht-Heerlen-Aken te rijden. Aan de elektrificatie van het traject Landgraaf-Duitse grens draagt het ministerie van IenW € 7,5 mln bij (50%) en aan de exploitatiekosten tot en met 2028 in totaal € 2,75 mln.
  • Samen met deelstaten Nedersaksen en NRW ondersteunt het ministerie van IenW de treindienst van Bielefeld over Osnabrück en Rheine vanaf 2017/2018 en laat deze de komende vijftien jaar doorrijden naar Hengelo. Het ministerie van IenW draagt eenmalig € 9,33 mln bij.
  • Het ministerie van IenW heeft maximaal € 17 mln gereserveerd voor cofinanciering voor het verkorten van de reistijd en de kwaliteit van de verbinding met Leer, Oldenburg en Bremen. Of dit doorgaat, is afhankelijk van de uitkomsten van een onderzoek van de provincie Groningen.
  • Het ministerie van IenW heeft, naast de bijdrage vanuit het Actieprogramma Regionaal OV uit 2008, € 6 mln bijgedragen aan de sneltramverbinding Maastricht-Lanaken. Met de provincie Limburg is overeenstemming bereikt over de vaststelling van twee no-regret-maatregelen op het traject Heerlen-grens, waardoor het mogelijk wordt een extra treindienst van Heerlen naar Duitsland te bieden. Het gaat om dubbelspoor tussen Heerlen en Landgraaf en om sein­verdichting van Landgraaf tot de grens. De maatregelen worden mede gefinancierd door het ministerie van IenW uit het resterend budget voor de optimalisering van de verbinding van Heerlen naar de grens (Aken; € 10,4 mln) en uit het budget dat het ministerie van IenW heeft gereserveerd voor de aanleg van de Avantislijn (€ 9 mln). Het gezamenlijke budget van het ministerie van IenW en de provincie Limburg, aan te vullen met een TEN-T-subsidie voor de realisatie, maakt de start van de planuitwerking mogelijk.
  • Het ministerie van IenW heeft met de provincie Limburg en het Duitse Verkehrsverbund Rhein-Ruhr (VRR) afgesproken om van 2016 tot en met 2025 een exploitatiebijdrage te leveren aan de dienstregeling van de spoorverbinding RE13 tussen Venlo en Düsseldorf. In totaal komt dit neer op € 2,5 mln. Op deze manier wordt bijgedragen aan het in stand houden van de grensoverschrijdende verbinding.

Ten aanzien van de trein als substitutie voor luchtvaart geldt dat meer reizen per trein bijdraagt aan verduurzaming van het personenvervoer en het biedt veel andere voordelen op het gebied van comfort (bijvoorbeeld uitstappen midden in de stad, geen lange inchecktijden en het is minstens zo comfortabel). De uitkomsten van verschillende onderzoeken laten zien dat dat er potentieel is voor de trein als substitutie voor luchtvaart, maar door ook in te zetten op de verbetering van de bereikbaarheid van de grensregio’s per spoor, kunnen reizigers ook op deze kortere afstanden een duurzamere keuze maken. Hierbij is het van belang om niet alleen te kijken naar infrastructurele maatregelen, maar naar het brede palet van maatregelen om het treinproduct als geheel te verbeteren. Deze verbetering kan alleen plaatsvinden als alle (inter)nationale stakeholders sterk gaan samenwerken en vanuit de eigen rol waar mogelijk belemmeringen wegnemen en de uitvoering van maatregelen bevorderen. De ambitie ten aanzien van het internationale treinverkeer wordt samen met de betrokken stakeholders verder uitgewerkt.

Bijdrage oplossing aan beleidsdoelstelling

Verbeteren deur-tot-deur reistijd, verbeteren van het reisgemak, verbeteren regie over eigen reis.

Planning

Per initiatief is er een andere planning.

Financiën

Taakstellend budget: € 60 mln. Voor inzet van het budget tot op heden: zie de vermelde bedragen achter de genoemde oplossingen. Artikel IF 13.03.04.

Ontwikkeling planning en budget Gegevens over zeven jaar, tenzij er een MIRT fasewisseling heeft plaatsgevonden.
JaarBudget in mln.Oplevering
MIRT 201388Divers
MIRT 201471Divers
MIRT 201571Divers
MIRT 201660Divers
MIRT 201761Divers
MIRT 201849Divers
MIRT 201960Divers
Bron: MIRT Brontabel als csv (180 bytes)
Verschil in budget
Bedrag in mln.
verschil28
waarvan uitgekeerde prijsbijstelling (IBOI)4
Brontabel als csv (78 bytes)

Politiek/bestuurlijk

In 2009 is het amendement-Cramer/Koopmans (TK 31700 A, nr. 71) aangenomen. Met dit amendement wordt € 20 mln gereserveerd voor investeringen in internationale/regionale spoorweginfrastructuur. Naar aanleiding van het amendement-Koopmans/Cramer (TK 32123 A, nr. 16) is € 23,8 mln toegevoegd aan het budget. Dit wordt ingezet voor optimalisering van het traject Heerlen-grens (Aken) in de vorm van
de elektrificatie van het spoor tussen Landgraaf en de grens. Ter financiering van de ambitie vanuit het Regeerakkoord van 2010 is t € 50 mln beschikbaar gesteld.

Projecthistorie X verwijst naar de editie van het MIRT overzicht waarin de wijziging of aanvulling voor het eerst is opgenomen.
2013201420152016201720182019
Algemeen
MIRT-fase
Opgave
Oplossing
Planning
FinanciënXXXXXX
Politiek, bestuurlijkX
Bron: MIRT Brontabel als csv (179 bytes)

Toelichting op de wijzigingen

2013: Via amendement-Koopmans/Cramer (TK 31700 A, nr. 71) is € 6 mln toegevoegd aan de BDU voor het regionale project Maastricht-Lanaken(-Hasselt). Het kabinet heeft aanvullend € 50 mln beschikbaar gesteld voor de ambitie uit het Regeerakkoord om spoorvervoer over landsgrenzen heen een impuls te geven. Dit budget is bestemd voor grens­overschrijdend personenvervoer, met name voor het verbeteren van de verbindingen naar HSL- en ICE-stations net over de grenzen.

2014: Bij Voorjaarsnota 2013 is het budget verlaagd met € 7 mln. Daarnaast is € 2,9 mln overgeheveld naar de BDU voor de spoorlijn Roodeschool-Eemshaven en € 6 mln voor de verbinding Arnhem-Emmerich-Düsseldorf.

2015: Voor elektrificatie van het traject Landgraaf-Duitse grens is € 7,5 mln gereserveerd.

2016: Bij Voorjaarsnota 2015 is het projectbudget verlaagd met € 4,7 mln. Daarnaast is € 6,5 mln overgeboekt naar Hoofdstuk XII in verband met de uitkering aan de provincie Limburg voor de elektrificatie van het spoor.

2018: Gelet op het regionale belang van de grensoverschrijdende verbinding Hamm-Dϋsseldorf-Venlo wordt in totaal € 2,5 mln overgeboekt naar het Verkehrverbund Rhein-Ruhr (VRR) ter dekking van de exploitatiekosten tot en met 2025 voor het traject vanaf de grens tot Venlo. Dit bedrag wordt vanaf 2018 in jaarlijkse tranches van € 0,250 mln betaald. In 2017 wordt € 0,5 mln overgemaakt voor de jaren 2016 en 2017. Voor aanvullend onderzoek en juridische verankering van de directe verbinding Eindhoven-Düsseldorf vanaf 2025 is op verzoek van de Provincie Limburg een extra bijdrage van € 807.191 (incl. btw) toegezegd aan de provincie.

Vanwege de bijdrage van de verbinding Hengelo-Bad Bentheim aan het wegnemen van belemmeringen voor grensoverschrijdend vervoer en de verknoping van de nationale netwerken van Nederland en Duitsland heeft het ministerie van Infrastructuur en Milieu in 2014 aangegeven onder voorwaarden bereid te zijn bij te dragen aan de exploitatie­bijdrage. De belangrijkste voorwaarden waren de regionale cofinanciering van de regio, de inpasbaarheid van de verbinding in de dienstregeling en de regionale verantwoordelijkheid voor eventueel benodigde infrastructurele maatregelen. De provincie heeft aangegeven dat de inpasbaarheid in de dienstregeling is geborgd door capaciteitstoedeling door ProRail, en dat de benodigde infrastructurele maatregelen door Overijssel worden betaald. De regionale cofinanciering was al in 2014 toegezegd. Aangezien nu aan de voorwaarden is voldaan, is de bijdrage van het ministerie van Infrastructuur en Milieu ad € 9,458 mln gestort in het provinciefonds.

2019: Het projectbudget is naar aanleiding van het BO MIRT in het najaar 2017 verhoogd met € 10 mln vanuit de Aanvullende Post (regeerakkoord kabinet-Rutte III) voor de verbinding Eindhoven-Düsseldorf.

Hoort bij