Het project 'Quickscan Decentraal Spoor: Oost-Nederland' verbetert de betrouwbaarheid van het reizigersvervoer per trein door een quick scan uit te voeren en daarop maatregelen te nemen.

Projectkenmerken

  • Gebied: Oost-Nederland
  • Onderwerp: Spoorwegen personen
  • Ministerie: IenW
  • Fase: Planuitwerking

Opgave

Op een aantal gedecentraliseerde spoorlijnen is het vervoer sterk toegenomen. Ook hebben enkele decentrale overheden meer ambitie met het gedecentraliseerde spoorvervoer voor reizigers dan mogelijk is met de beschikbare capaciteit. Mede daarom is in 2008 een quickscan uitgevoerd naar de marktontwikkelingen in het personenvervoer op gedecentraliseerde spoorlijnen. Hieruit bleek dat vooral de punctualiteit op een aantal lijnen in Oost-Nederland onvoldoende was.

Oplossing

ProRail heeft op basis van een effectiviteitsanalyse in beeld gebracht welke maatregelen nodig zijn om de punctualiteit te verbeteren. Voor Oost-Nederland zijn dit maatregelen op vijf lijnen. De rijksbijdragen voor de maatregelen op de lijnen Zwolle-Kampen en Nijmegen-Roermond zijn al in 2011 en 2012 aan de decentrale overheden uitgekeerd. De cofinanciering door het ministerie van Infrastructuur en Milieu en de provincie Gelderland is afgesproken in het bestuurlijk overleg MIRT (BO MIRT) van 2009. De maatregelen op de lijn Arnhem-Doetinchem-Winterswijk, zoals de aanleg van dubbelspoor bij Wehl, de aanleg van een snelle wissel bij Didam en de verlenging van de perrons, zijn gerealiseerd en financieel afgewikkeld. Dat geldt nu ook voor twee maatregelen op de lijn Zutphen-Winterswijk: het verhogen van de aankomst- en vertreksnelheid bij Zutphen en de snelheidsverhoging tussen Vorden en Zutphen.

De financiële afwikkeling tussen het ministerie en de provincie Gelderland loopt nog voor de lijn Amersfoort-Ede-Wageningen. Valleilijn: betrouwbaarheidverhogende maatregelen op de Valleilijn (het eerste deel (RVM-1) is gerealiseerd, het tweede deel (RVM-2) is in planuitwerkingsfase).

De planvorming is nog gaande voor de verbetering van de transfercapaciteit op station Zutphen.

Bijdrage oplossing aan beleidsdoelstelling

Verbeteren van de betrouwbaarheid.

Planning

2011-2020: oplevering (divers)

Financiën

Taakstellend budget is € 35 mln, inclusief de bijdragen van de provincie Gelderland en de Stadsregio Arnhem Nijmegen.
Artikel IF 13.03.04 en 13.03.01.

Ontwikkeling planning en budget Gegevens over zeven jaar, tenzij er een MIRT fasewisseling heeft plaatsgevonden.
JaarBudget in mln.Oplevering
MIRT 2013232011-2014
MIRT 2014322011-2016
MIRT 2015322011-2016
MIRT 2016322011-2017
MIRT 2017352011-2018
MIRT 2018352011-2020
MIRT 2019352011-2020
Bron: MIRT Brontabel als csv (201 bytes)
Verschil in budget
Bedrag in mln.
verschil12
waarvan uitgekeerde prijsbijstelling (IBOI)1
Brontabel als csv (78 bytes)

Politiek/bestuurlijk

Moties: de Tweede Kamer heeft eind 2007 verzocht om een quickscan naar de markt en de capaciteit op de regionale spoorlijnen (motie-Anker/Koopmans, TK 31200 XII, nr. 55). In september 2008 is het eindrapport opgeleverd en aan de Kamer verstuurd (TK 31305 XII, nr. 80). Amendement-Cramer ter verbetering van het regionale ov (TK 31474 XII, nr. 10) strekte ertoe om vooruitlopend op een bredere afweging in het kader van mobiliteitsaanpak € 10 mln uit te trekken voor een generieke verbetering van de ov-kwaliteit. In de BO MIRT van voor- en najaar 2009 hebben rijk en regio afspraken gemaakt over de te nemen maat­regelen en de gezamenlijke financiering (50/50) op basis van taakstellende budgetten.

Projecthistorie X verwijst naar de editie van het MIRT overzicht waarin de wijziging of aanvulling voor het eerst is opgenomen.
2013201420152016201720182019
Algemeen
MIRT-fase
Opgave
OplossingX
PlanningXXX
FinanciënX
Politiek, bestuurlijk
Bron: MIRT Brontabel als csv (177 bytes)

Toelichting op de wijzigingen

2014: Diverse projecten kennen een langere doorlooptijd dan bij de start was aangenomen, onder andere veroorzaakt door benodigde grondverwerving en bijbehorende procedures.

2017: Het projectbudget is opgehoogd met € 2,2 mln als gevolg van de financiële bijdrage van de provincie Gelderland. Rekening wordt gehouden met realisatie tot in 2018 in verband met een langer benodigde planvorming over het tweede deel van de betrouwbaarheidverhogende maatregelen aan de Valleilijn. Daardoor zal ook de realisatie later plaatsvinden.

2018: Er wordt rekening gehouden met realisatie tot in 2020 in verband met een langer benodigde planvorming over het tweede deel van de betrouwbaarheidverhogende maatregelen aan de Valleilijn, het opheffen van enkele overwegen en de verwerving van gronden voor het aanpassen van de boog in de spoorlijn. Daardoor zal ook de realisatie later plaatsvinden.

2019: Onder ‘Oplossing’ is aangegeven welke projecten aanvullend gerealiseerd en financieel afgewikkeld zijn.

Hoort bij