Het MIRT in ontwikkeling

Het MIRT staat voor het Meerjarenprogramma Infrastructuur, Ruimte en Transport. Jaarlijks wordt het MIRT-overzicht als bijlage van de begroting van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (IenW) op Prinsjesdag aan de Tweede Kamer aangeboden. In het MIRT zijn rijksprojecten en rijksprogramma’s opgenomen, waarmee gewerkt wordt aan de ruimtelijke inrichting van Nederland. De rijksinvesteringen in het MIRT worden (hoofdzakelijk) gefinancierd uit het Infrastructuurfonds (IF) en het Deltafonds (DF).

Functies van het MIRT

Het MIRT heeft de volgende functies:

Begroting

Het MIRT Overzicht geeft inzicht in en transparantie over de achtergrond, de stand van zaken en de planning van rijksprojecten en rijksprogramma’s in het kader van het MIRT. Het is daarmee niet alleen een bijlage bij de begroting, maar ook een informatief naslagwerk.

Samenwerking

Het MIRT gaat uit van een intensieve samenwerking tussen het rijk, decentrale overheden (provincies, gemeenten, vervoerregio’s, waterschappen), maatschappelijke organisaties en het bedrijfsleven. Waar opgaven elkaar raken, worden deze gezamenlijk opgepakt. Om dit bestuurlijk te faciliteren is er elk najaar een bestuurlijk overleg MIRT (BO MIRT) in ieder van de vijf MIRT-gebieden (Noord, Oost, Zuid, Zuidwest en Noordwest) en voor het programma goederenvervoercorridors.  In het voorjaar vinden strategische Bestuurlijke Werkbezoeken op locatie (voorheen: strategische werkbezoeken) plaats. De Tweede Kamer wordt per brief geïnformeerd over de uitkomsten van de Bestuurlijke Overleggen. Met de Tweede Kamer vindt regulier overleg plaats over het MIRT.

Beleidskader

De MIRT-gebiedsagenda’s vormen de basis voor het bespreken van onderwerpen in de Bestuurlijke Overleggen MIRT. Ze zijn het gezamenlijke product van rijk en decentrale overheden. Ze bestaan uit twee delen: een samenhangende visie en ontwikkelrichting van het gebied, inclusief daaruit voortvloeiende majeure opgaven, en een beschrijving van mogelijke programma’s en projecten die nu of in de toekomst kunnen bijdragen aan het invullen van de belangrijkste opgaven.

Met de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) in ontwikkeling wordt samen met de decentrale overheden (die ook aan omgevingsvisies werken) bekeken op welke wijze de gebiedsagenda’s in de toekomst vorm kunnen krijgen.

Werkwijze

De spelregels van het MIRT (2016, TK 34550 A, nr. 19) beschrijven de rollen en taken van partijen en de besluitvormingsvereisten bij het rijk om te komen tot een beslissing over een eventuele financiële rijksbijdrage aan een MIRT-opgave, -project of -programma. Ze schetsen het proces dat moet worden doorlopen van verkenning, planuitwerking tot en met realisatie, inclusief de bijbehorende beslismomenten.

Duurzaamheid in het MIRT

Duurzaamheid is integraal onderdeel van het MIRT. Duurzaamheidsambities worden vanaf het begin meegenomen in de scope van en afwegingen binnen een MIRT-project. Daarbij speelt de ambitie van het ministerie van IenW om in 2030 energie- en klimaatneutraal te zijn, inclusief de beheerde netwerken (TK 30196, nr. 459), een grote rol. Naast energie- en klimaatneutraliteit is circulaire economie een aandachtspunt en worden – conform de Nationale Klimaatadaptatiestrategie (NAS) in MIRT-projecten – indien van toepassing – ook klimaatadaptatiemaatregelen benoemd.

In de Deltabeslissing Ruimtelijke Adaptatie is opgenomen dat klimaatbestendig en waterrobuust inrichten uiterlijk in 2020 onderdeel vormt van het beleid en het handelen van rijk, provincies, gemeenten en waterschappen. In november 2017 is een handreiking verduurzaming MIRT beschikbaar gesteld aan MIRT-projectleiders en MIRT-opdrachtgevers. De handreiking biedt – per MIRT-fase – handvatten hoe energie, klimaat, circulaire economie, duurzame mobiliteit en gezondheid onderdeel te maken van een MIRT-project.

Zie ook