Transport- en investeringsbeleid van de EU

Het Nederlandse transportnetwerk (weg, spoor, zee- en binnenvaart) maakt deel uit van het Europese netwerk van transportverbindingen, de Trans-European Transport Networks (TEN-T).

Nederland hecht grote waarde aan de ontwikkeling van dit Europese netwerk, omdat het de verbindingen zijn waarlangs grote hoeveelheden goederen uit onze zeehavens hun weg vinden naar de afzetgebieden in Europa. Dit beslaat de hoofdverbindingen in Nederland, veel grensoverschrijdende spoorverbindingen en ook veel MIRT-projecten. Het ministerie van IenW, belangrijke stakeholders en veel Nederlandse provincies werken intensief samen met de Europese Commissie (EC) bij de ontwikkeling van dit TEN-T.

Doelstellingen TEN-T-beleid

Sinds januari 2014 heeft de Europese Unie een nieuw TEN-T-beleid. Doelstellingen van het beleid zijn: de van oorsprong nationale infrastructuurnetwerken aaneensluiten, bottlenecks verwijderen en technische barrières wegnemen. In het nieuwe beleid is een kernnetwerk vastgesteld, met negen multimodale TEN-T-corridors als belangrijkste vervoersaders. Het nieuwe kernnetwerk wordt ondersteund door een uitgebreid netwerk van verbindingen. Nederland ligt aan drie van de negen TEN-T corridors:

  • Rhine-Alpine corridor (Rotterdam- Duisburg - Basel - Genua),
  • North Sea-Baltic corridor (Randstad – Twente – Warschau - Baltische staten)
  • North Sea-Mediterranean corridor (Verenigd Koninkrijk/Randstad – Brussel - Lyon).

Instrumenten om netwerk te ontwikkelen

De EC heeft een aantal instrumenten om het netwerk tot ontwikkeling te brengen:

  • In de TEN-T-verordening is een brede waaier aan vereisten opgenomen voor infrastructuur, interoperabiliteit, digitalisering en alternatieve brandstoffen. Het kernnetwerk moet daar in 2030 aan voldoen en het uitgebreide netwerk in 2050.
  • De EC treedt coördinerend op en maakt daarbij gebruik van werkplannen voor de corridors. Deze worden opgesteld door corridorcoördinatoren in samenwerking met de betrokken lidstaten, regionale overheden en stakeholders. In de TEN-T-verordening is het netwerk op kaarten vastgelegd.
  • Connecting Europe Facility (CEF) is de financieringsfaciliteit voor de netwerken van transport, telecom en energie. Voor de periode 2014-2020 is daar een bedrag van € 30 mld in opgenomen waarvan € 25 mld voor de realisatie van het TEN-T. Het CEF is een populaire financieringsfaciliteit bij Nederlandse provincies, stakeholders (waaronder de zeehavens, binnenvaartsector en ProRail) en de nationale overheid. In de periode 2014-2017 vroegen 119 Nederlandse projecteigenaren subsidie aan. Aan 56 projecten werd een subsidie toegewezen, met een totaal van € 439,4 mln. Enkele van de projecten die de grootste financiële bijdrage kregen zijn de Calandspoorbrug/Theemswegtrace in Rotterdam (€ 59 mln), Nederlandse investeringen in het systeem SESAR (Single European Sky ATM Research) voor het gezamenlijk Europese luchtruim (€ 79 mln), investeringen in de Maasroute (€ 13,9 mln), implementatie van ERTMS op NS-treinen (€ 17,1 mln) en investeringen in LNG (Liquefied Natural Gas) voor de scheepvaart (€ 12,7 mln).
TEN-T netwerken in Nederland

In deze kaart is het TEN-T netwerk in Nederland te zien.